Niet opnieuw aan de Groningen kraan, maar wel opnieuw naar de ondergrond kijken en gasstrategie hanteren (Deel 1).
← Terug naar overzicht

Niet opnieuw aan de Groningen kraan, maar wel opnieuw naar de ondergrond kijken en gasstrategie hanteren (Deel 1).

Zie ook deel 2: Niet dichtstorten, maar disciplineren

De lage gasopslagen van 2026 vragen om strategisch gasbeleid. Dat begint bij opslag en weerbaarheid; onderzoek naar drukbeheer in Groningen verdient echter een plaats in het dossier — zonder de veiligheidsgeschiedenis uit te wissen.

De discussie over Groningengas keert terug zodra de gasvoorraad tegenvalt. Het veld was lang een technisch en financieel anker onder de Nederlandse energievoorziening. Maar de sluiting is geen vrijblijvende beleidsvoorkeur: zij volgt op decennia aardbevingen, schade en verloren vertrouwen. Wie nu over heropening spreekt, moet twee vragen scheiden. Hoe maken wij de gasvoorziening robuuster? En kan drukbeheer in Groningen de veiligheid aantoonbaar vergroten — en wat betekent dat wel en niet voor gaswinning?

Een echte kwetsbaarheid, maar geen reden voor retoriek

De actuele aanleiding is serieus. Gasunie meldde op 26 augustus dat Nederland het voor komende winter gestelde vuldoel van 115 TWh niet meer zal halen. Dat doel is ongeveer de helft van het jaarlijkse binnenlandse gasverbruik en is gebaseerd op de strengste winter in dertig jaar. Gasunie voegde daar terecht aan toe dat dit niet automatisch betekent dat er onvoldoende gas beschikbaar komt of dat de leveringszekerheid nu al in gevaar is. De scherpe tweede zin is echter even belangrijk: zonder aanvullend beleid is Nederland onvoldoende voorbereid op zo’n uitzonderlijk koude winter.

Hier vervaagt het publieke debat vaak. Leveringszekerheid gaat niet alleen over moleculen, maar ook over capaciteit, aanvoerroute, prijs, tijdigheid en het vermogen om een verstoring maandenlang op te vangen. Gas kan technisch beschikbaar zijn, maar tegen een prijs die industrieproductie en huishoudbudgetten onder druk zet.

In de Telegraaf column waarschuwt energieonderzoeker Remco de Boer terecht tegen een al te geruststellende lezing van de lage voorraden. De formulering „niet automatisch” is geen vrijbrief om achterover te leunen; zij beschrijft een onzekerheid, geen veiligheidsmarge. De vraag is niet of een gemiddeld winterverloop te managen is, maar hoe het systeem reageert als kou, uitval van infrastructuur en geopolitieke spanning samenvallen.

OnderdeelStand van zaken en betekenis
Binnenlandse gasvraagCirca 300 TWh per jaar; gas blijft dus voorlopig systeemrelevant voor warmte, industrie en elektriciteit.
Vuldoel winter 2026–2027115 TWh op 1 november; berekend voor een zeer koude winter en niet haalbaar volgens Gasunie.
Publieke vangnetrolEBN mag, waar de markt tekortschiet, maximaal 80 TWh in seizoensopslagen vullen.
NoodvoorraadCirca 5 TWh in Alkmaar; bedoeld voor een fysiek tekort in een formele noodsituatie, niet om prijzen te drukken.

De oorzaak is mede ingenieurstechnisch prozaïsch: de markt beloont opslag niet altijd. Als zomerinkoop duurder is dan de verwachte verkoop in de winter, is de zomer-winterspread negatief en laten marktpartijen opslagcapaciteit liever liggen. De overheid heeft EBN daarom een rol gegeven als vulagent. Maar daarmee is de kwetsbaarheid niet weg; zij verschuift naar publieke financiering, beschikbare opslagcapaciteit en tijdige politieke besluitvorming.

Groningen is geen voorraadvat (meer) met een gratis kraan

Daartegenover staat de verleiding van het enorme Groningenveld. NLOG, het nationale portaal voor de diepe ondergrond, vermeldt een initiële winbare reserve van 2.900 miljard Nm³ en nog ongeveer 470 miljard Nm³ als resterende hulpbron. Het veld ligt op circa 2,6 tot 3,2 kilometer diepte, bestaat uit een door breuken doorsneden zandsteenreservoir en bevat laagcalorisch gas door ongeveer 14 procent stikstof.

Het woord hulpbron verdient hier nadruk. Het is geen belofte van morgen winbaar gas, geen bewezen veilige productiecapaciteit en al helemaal geen bedrag op een bankrekening. De populaire claim dat er „€200 miljard” in de grond zit, is hooguit een grove omzetberekening. Neem, illustratief, 470 miljard m³ maal €0,43 per m³, dan komt men rond €202 miljard uit. Maar daarop moeten nog onzekerheid over winbaarheid, investeringen, injectiegas, operationele kosten, schade- en versterkingskosten, belastingen, juridische risico’s en de tijdswaarde van geld in mindering komen. Een technische keuze laat zich niet verantwoorden met de bruto waarde van een ondergrondse voorraad.

Het veld is juridisch ook niet slechts stilgelegd. De Wet sluiting Groningenveld trad op 19 april 2024 in werking; de overheid noemt de beëindiging definitief: „De gaskraan in Groningen is dicht en blijft dicht.” Herstart vergt dus een nieuwe wettelijke beslissing, een geloofwaardige veiligheidsbeoordeling en bewoners als volwaardige partij.

Het meegeleverde gesprek legt daarop de vinger bij de juiste randvoorwaarde: „als het veilig kan”. Dat is fundamenteel iets anders dan „als de gasprijs hoog genoeg is”. Geld kan schade vergoeden, maar voorkomt geen scheurvorming, angst of het gevoel dat afspraken in Den Haag telkens tijdelijk blijken.

Wat de wetenschap over drukbeheer wél zegt

Juist daarom verdient één gedachte uit het transcript serieuze, maar precieze aandacht: kan het reservoir door gasinjectie worden gestabiliseerd? Een recente, peer-reviewed TNO-studie onderzocht stikstofinjectie na het stoppen van productie. Het mechanisme is helder. Winning verlaagde de poriedruk, leidde tot compactie van het reservoir en vergrootte de spanning op kritische breuken. Ook na het stilleggen kan seismiciteit nog voortduren, doordat drukverschillen zich langzaam vereffenen en compactie deels tijdsafhankelijk is.

In alle doorgerekende injectiescenario’s nam de gemodelleerde seismiciteit af, ook bij betrekkelijk bescheiden volumes. Stikstof lijkt doelmatiger dan CO₂. De waarschuwing is echter minstens zo belangrijk: stopt injectie vóór drukvereffening in het hele reservoir, dan kan een deel van de winst weer verdwijnen. Drukbeheer is dus geen knop, maar potentieel een langjarige systeemoperatie.

Dit is geen vergunning voor hernieuwde winning. TNO modelleert injectie als mogelijke veiligheidsmaatregel na productiebeëindiging, niet als businesscase voor extractie. Effecten van koud injectiegas en lokale spanningen bij hoge injectiedruk zijn bovendien niet volledig gemodelleerd. Gericht drukbeheer is technisch plausibel en verdient onafhankelijk vervolgonderzoek; het is nog geen bewezen veiligheidsbasis voor productieverhoging.

Ook een lage geschatte kans op zeer zware bevingen verandert die norm niet. Een Nature Communications-studie schat voor een puur geïnduceerde beving in Groningen een bovengrens in de orde van magnitude 4. Dat is wetenschappelijk interessante informatie over het fysische systeem, maar geen maatschappelijke vrijbrief. Risico wordt bepaald door kans én gevolg, dus ook door lokale bodemgesteldheid, de kwetsbaarheid van woningen en de norm voor persoonlijke veiligheid.

Van valse tegenstelling naar een robuuste volgorde

Een verstandig gasbeleid bouwt niet op één noodoplossing. Eerst moet bestaande opslagcapaciteit beschikbaar blijven en tijdig gevuld worden, met een publiek instrument wanneer de marktprikkel tekortschiet. Daarna volgt diversificatie: kleine velden binnen strikte randvoorwaarden, LNG-capaciteit, betrouwbare pijpleidingen en Europese coördinatie. De 8,84 bcm uit kleine velden in 2025, de Gate-uitbreiding naar 16 bcm per jaar en de Eems Energy Terminal zijn concrete bouwstenen van weerbaarheid.

De derde stap is het verlagen van de piekvraag. Isolatie, efficiëntere industriële warmte, elektrificatie waar zij technisch en economisch zinvol is, flexibiliteit in elektriciteitscentrales en biogas reduceren niet alleen CO₂-uitstoot, maar ook de hoeveelheid strategische voorraad die nodig is. De veiligste kubieke meter gas is uiteindelijk de kubieke meter die tijdens een koude week niet hoeft te worden geïmporteerd.

Pas daarna komt Groningen als onderzoeksagenda in beeld. Niet om een gesloten dossier via een achterdeur te openen, maar om de ondergrond beter te begrijpen en mogelijk de restschade te beperken. Een onafhankelijk programma zou open moeten zijn over meetgegevens, scenario’s, looptijd, injectiegas, falencriteria en toezicht. Het moet daarnaast expliciet toetsen of drukbeheer ooit combineerbaar is met welke mate van winning dan ook, of dat die twee doelen fysisch en maatschappelijk onverenigbaar zijn.

De kern is niet: Groningen óf leveringszekerheid. Het is: leveringszekerheid organiseren zonder Groningen als vrijblijvende reserveknop te behandelen. Groningen mag wel gebruikt worden bij grote nood (hier gaat deel twee over). De Boer heeft helemaal gelijk dat sussen geen strategie is. Maar ook een getal onder de grond lost geen technische, juridische en morele rekening op. Goed energiebeleid bouwt redundantie vóór de crisis en houdt onderzoek mogelijk zonder bewoners opnieuw tot proefterrein te maken.

Referenties

[1] NLOG / TNO — Groningen gasfield

[2] Rijksoverheid — Wet sluiting Groningenveld gaat per 19 april 2024 in

[3] Gasunie — Verklaring over het vuldoel van de gasopslagen, 26 augustus 2026

[4] Osinga et al. (TNO ), Assessment of seismicity and risk from gas injection in the Groningen gas field, 2026

[5] Boitz, Langenbruch & Shapiro, Production-induced seismicity indicates a low risk of strong earthquakes in the Groningen gas field, Nature Communications, 2024

[6] Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 641 — Gasopslagen Norg en Grijpskerk

[7] Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 664 — Update gasleveringszekerheid, 5 juni 2026

Meer Artikelen

Energy
Energy

Niet dichtstorten, maar disciplineren. Op weg naar een rationale gasstrategie (Deel 2).

De sluiting van het Groningenveld vraagt om een zorgvuldige strategische afweging. Hoewel volledige sluiting onomkeerbaar is en €2 miljard kost, moet Nederland eerst seizoensopslag prioriteren voordat tijdelijke noodreservoirs overwogen worden. Een waakstand moet alleen onder strikte voorwaarden en veiligheidscriteria mogelijk zijn, om misbruik te voorkomen en sociale stabiliteit te waarborgen.

Lees meer
Energy
Energy

De prijs van thuisbatterijen: daling zet door, maar het laagste punt komt in zicht.

De prijs van thuisbatterijen is gedaald, met verwachtingen van een gematigde verdere daling. Ook al kan de installatieprijs dalen door verbeterde systemen, geopolitieke factoren en marktschommelingen kunnen invloed uitoefenen. De waarde van een batterij hangt meer af van prijsverschillen tussen elektriciteitsprijzen dan alleen de aanschafprijs. Een duidelijke prijsrevolutie lijkt niet waarschijnlijk.

Lees meer