Methaan, koeien en klimaatbeleid: is de veehouderij onterecht het zwarte schaap?

De afgelopen jaren is de uitstoot van broeikasgassen uit de landbouw – en met name uit de veehouderij – onder een vergrootglas komen te liggen. Boeren, beleidsmakers en wetenschappers discussiëren fel over de vraag hoeveel schade runderen nu werkelijk toebrengen aan het klimaat. Daarbij is vooral methaan (CH₄) het middelpunt van het debat. Methaan dat koeien uitstoten via hun pensfermentatie zou volgens gangbare rekenmethodes een zeer krachtig broeikasgas zijn – tientallen malen sterker dan koolstofdioxide (CO₂). Maar klopt dat wel? En hoe kijkt het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, daar eigenlijk naar?

Methaan: krachtig, maar kortlevend

Methaan is zonder twijfel een krachtig broeikasgas. Over een periode van 20 jaar heeft het een broeikaseffect dat 84 tot 86 keer sterker is dan CO₂. Over 100 jaar is dat effect nog altijd 28 tot 34 keer zo sterk. Deze cijfers worden gehanteerd in de zogeheten Global Warming Potential-maat (GWP20 of GWP100), die wereldwijd de standaard is voor klimaatrapportages, emissieboekhoudingen en beleidsdoelen. Zo worden ook de methaanemissies van runderen omgerekend naar “CO₂-equivalenten”, wat de indruk wekt dat een koe in haar leven net zoveel klimaatimpact heeft als een kleine personenauto.

Maar methaan heeft een cruciaal ander kenmerk: het blijft slechts 10 tot 12 jaar in de atmosfeer voordat het wordt afgebroken. CO₂ daarentegen blijft honderden tot duizenden jaren actief. Dat betekent dat methaan, bij een constante uitstoot, op den duur geen extra bijdrage meer levert aan de opwarming – het oude methaan verdwijnt even snel als het nieuwe wordt uitgestoten. Alleen als de uitstoot stijgt, neemt het methaanniveau en dus de opwarming toe.

Nieuwe rekenmethode: GWP*

Dit inzicht bracht klimaatwetenschappers zoals prof. Myles Allen van de Universiteit van Oxford ertoe een alternatieve rekenmethode te ontwikkelen: GWP* (uitgesproken als “GWP star”). Deze methode houdt expliciet rekening met het kortelevende karakter van methaan. In plaats van methaan op te tellen alsof het net zo permanent is als CO₂, berekent GWP* de verandering in uitstoot over de tijd. Een stabiele veestapel met constante methaanemissie levert in dit model geen opwarming op. Sterker nog: als de veestapel afneemt, daalt de methaanconcentratie in de lucht en draagt de sector tijdelijk bij aan klimaatverkoeling.

GWP* heeft de laatste jaren veel bijval gekregen onder klimaatwetenschappers, waaronder Frank Mitloehner, professor aan de University of California in Davis. Mitloehner stelt zelfs dat runderen bij stabiele aantallen klimaatneutraal kunnen zijn – en dat een krimpende veestapel klimaatpositief is.

Het IPCC en methaan

Het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties, erkent de unieke eigenschappen van methaan. In het Zesde IPCC-rapport (AR6, 2021-2022) wordt uitgebreid ingegaan op het verschil tussen korte- en langlevende broeikasgassen. De rapporten beschrijven ook GWP* als een zinvol alternatief dat kan helpen bij het interpreteren van methaanemissies op een manier die beter aansluit bij hun werkelijke klimaateffect.

Toch blijft het IPCC in zijn officiële emissietabellen en beleidsadviezen grotendeels vasthouden aan de traditionele GWP100-rekenmethode. Dat komt vooral doordat deze methode ingebakken zit in internationale afspraken, zoals het Kyoto Protocol en het Parijsakkoord. De rekenregels zijn onderdeel van complexe klimaatboekhoudingen tussen landen, en die zijn niet eenvoudig te herzien.

Met andere woorden: de wetenschap is zich bewust van de beperkingen van GWP100, maar de politiek en beleidskaders zijn nog niet aangepast.

Praktijkvoorbeelden: Ierland, Nieuw-Zeeland en Nederland

In landen met veel veehouderij, zoals Ierland en Nieuw-Zeeland, leidt dit tot een groeiende spanning. Beide landen hebben een grote zuivelexport en relatief stabiele of zelfs dalende rundveestapels. Onder GWP100 worden ze toch afgerekend op hoge methaanemissies. Dit leidt tot politieke druk om de rekenmethode aan te passen, of ten minste om aanvullend te rapporteren met GWP*.

In Nederland zijn deze inzichten nog maar recentelijk doorgedrongen tot het politieke debat. In 2021 stelde de VVD hierover vragen aan de minister, mede naar aanleiding van onderzoek van het Ierse Teagasc-instituut en uitspraken van Mitloehner. Het blad Melkvee schreef in augustus 2024 al dat het IPCC “goed nieuws had voor de melkveehouderij” – een verwijzing naar het feit dat de methaanbijdrage van koeien minder ernstig lijkt dan tot nu toe werd aangenomen.

De implicaties voor klimaatbeleid

Als GWP* serieus genomen wordt, heeft dat ingrijpende gevolgen voor landbouw- en klimaatbeleid:

  • Stabiele veestapels zouden niet langer als klimaatprobleem worden gezien.
  • Het accent komt meer te liggen op het vermijden van groeiscenario’s, en mogelijk zelfs op het stimuleren van lichte afbouw.
  • Snelle methaanreductie, bijvoorbeeld via voermaatregelen of mestaanpassingen, levert direct klimaatwinst op.
  • De nadruk kan verschuiven naar structurele CO₂-reducties in sectoren waar die emissies wél permanent zijn, zoals energie en industrie.

Tegelijk moet worden opgepast voor greenwashing: het zou onterecht zijn om GWP* te gebruiken als vrijbrief om de veestapel fors uit te breiden. Want dan neemt de methaanuitstoot, en dus de opwarming, wel degelijk toe.

Slotbeschouwing: tijd voor eerlijk rekenen

De veehouderij wordt al jaren gezien als een van de grote klimaatboosdoeners. En hoewel het klopt dat methaan een krachtig broeikasgas is, is het hoog tijd om eerlijk te rekenen. Niet elk broeikasgas is gelijk, en niet elke emissie heeft dezelfde impact op het klimaat op lange termijn. Methaan uit runderen is niet hetzelfde als CO₂ uit een kolencentrale. Een veehouder die zijn veestapel constant houdt, draagt wellicht veel minder bij aan klimaatverandering dan het huidige beleid suggereert.

De wetenschap is er steeds duidelijker over. Nu is het aan de politiek om dit signaal serieus te nemen – en het beleid daarop aan te passen. Want alleen met de juiste inzichten kunnen we tot effectieve én rechtvaardige klimaatoplossingen komen.

PS ook Food4Innovations schreef hier al vaker over, zie link1, link2, link3, link4.

Plaats een reactie