In het publieke debat over klimaatverandering nemen klimaatmodellen een centrale plaats in. Ze vormen immers de basis voor beleidsbeslissingen die diepe economische, sociale en ecologische gevolgen kunnen hebben. Maar zijn die modellen eigenlijk wel geschikt voor dat doel? In een recent gepubliceerde wetenschappelijke paper gaan de onderzoekers Kesten C. Green en Willie Soon in op die fundamentele vraag. Hun conclusie is kritisch en provocerend: veelgebruikte klimaatmodellen, zoals die van het IPCC, missen volgens hen voorspellende kracht en zijn daarom ongeschikt voor beleidsvorming.
The IPCC’s models of anthropogenic climate change lack predictive validity. The IPCC models’forecast errors were greater for most estimation samples —often many times greater—than those from a benchmark model that simply predicts that future years’ temperatures will be the same as the historical median. The size of the forecast errors and unreliability of the models’ forecasts in response to additional observations in the estimation sample implies that the anthropogenic models fail to realistically capture and represent the causes of Earth’s surface temperature changes. Inpractice, the IPCC models’ relative forecast errors would be still greater due to the uncertainty in forecasting the models’ causal variables, particularly Volcanic and IPCC Solar. The independent solar models of climate change—which did not include a variable representing the IPCC postulated anthropogenic influence—do have predictive validity. The models reduced errors of forecasts for the years 2000 to 2018 relative to the benchmark errors for all, and all-but- one, of 101 estimation samples tested for each of the two models. One of the models (B2000 Solar) reduced errors by more than 75 percent for forecasts from models estimated from 35 of the samples—a particularly impressive improvement given that the benchmark errors were no greater than 1 °C for all but one of the estimation samples. The independent solar models provide realistic representations of the causal relationships with surface temperatures. The question of whether the independent solar variables can be forecast with sufficient accuracy to improve on the benchmark model forecasts in practice, however, re- mains relevant. All in all, and contra to the IPCC reports, there is insufficient evidential basis for the use of carbon dioxide, et cetera, emissions—taken together, the IPCC’s Anthro—as climate policy variables. Finally, this study provides further evidence that measures of statistical fit provide misinformation about predictive validity. Predictive validity can only be properly estimated when the proposed model or hypothesis is used for forecasting new-to-the-model data, and the forecasts are then compared for accuracy against forecasts from a plausible benchmark model. This important conclusion needs bearing-in-mind when evaluating policy models.
Wat is de rol van een goed model in beleid?
Een model is pas bruikbaar voor beleid als het niet alleen goed past bij historische data, maar ook betrouwbare voorspellingen kan doen voor de toekomst – zogenaamde out-of-sample voorspellingen. Hier wringt volgens de auteurs de schoen bij veel gangbare klimaatmodellen. Deze modellen zijn vaak gefinetuned om het verleden goed te beschrijven, maar leveren slechte prestaties als ze worden getest op periodes buiten de kalibratieperiode. Dat is problematisch, want beleid moet nu eenmaal gebaseerd worden op verwachtingen voor de toekomst, niet op verklaringen uit het verleden.
De aanpak van Green en Soon
De onderzoekers namen een aantal bekende IPCC-klimaatmodellen onder de loep en vergeleken deze met een eenvoudiger benchmarkmodel. Dit benchmarkmodel neemt géén menselijke invloed mee, maar baseert zich simpelweg op een voortschrijdend gemiddelde van historische temperaturen. De analyse richtte zich op twee specifieke temperatuurreeksen: gemiddelde landtemperaturen op het noordelijk halfrond en temperaturen in rurale gebieden. Dat laatste is belangrijk omdat men zo het stedelijk hitte-eilandeffect (urban heat island) probeert uit te sluiten.
De IPCC-modellen die werden onderzocht gaan uit van drie potentiële oorzaken van klimaatverandering:
- Menselijke uitstoot van broeikasgassen, met name CO₂ (“Anthro”),
- Vulkaanuitbarstingen (“Volcanic”),
- Variaties in zonneactiviteit (“Solar”).
De onderzoekers testten vervolgens acht verschillende combinaties van modellen, variabelen en testperioden.
Belangrijkste bevindingen
De resultaten van de vergelijking waren opvallend:
- Modellen gebaseerd op menselijke CO₂-uitstoot (Anthro) presteerden in de meerderheid van de gevallen slechter dan het eenvoudige benchmarkmodel. Slechts 3 van de 8 combinaties gaven betere voorspellingen.
- Modellen die zonneactiviteit meenamen scoorden significant beter. Gemiddeld was de foutmarge 26% kleiner dan die van het benchmarkmodel. Met andere woorden: deze modellen voorspelden de temperatuurreeks realistischer.
- Combinatiemodellen met meerdere factoren deden het niet beter dan de simpele zonne-gebaseerde modellen.Dat suggereert volgens de auteurs dat complexiteit niet per se leidt tot betere voorspellende kracht – integendeel.
Op basis van deze uitkomsten concluderen Green en Soon dat IPCC-modellen, zoals ze nu worden gebruikt, niet voldoen aan de minimale eisen voor betrouwbare beleidsvorming. Volgens hen ligt de fout in de veronderstelde dominante rol van CO₂ als verklarende variabele, terwijl zonneactiviteit een veel grotere rol lijkt te spelen in temperatuurfluctuaties.
Wie zijn de auteurs?
Kesten C. Green is verbonden aan de University of South Australia en gespecialiseerd in forecasting – het systematisch voorspellen van toekomstige ontwikkelingen. Willie Soon is een astrofysicus die verbonden is aan het Center for Environmental Research and Earth Sciences (CERES) en bekend staat om zijn onderzoek naar zonnecycli en hun invloed op het klimaat. Beiden zijn omstreden figuren in het klimaatdebat, omdat ze zich kritisch uitlaten over de dominante IPCC-consensus. Toch is hun methodologie in deze paper degelijk onderbouwd en gebaseerd op open data.
Wat betekent dit voor het klimaatbeleid?
Als het klopt dat IPCC-modellen slechte voorspellingen doen, dan rijst de vraag in hoeverre beleidsmaatregelen – zoals emissiereductie, CO₂-belastingen of energietransitieprogramma’s – gebaseerd zijn op onzekere grondslagen. De auteurs pleiten daarom voor een meer kritische houding tegenover modelgebruik in beleidscontexten. Modellen moeten niet alleen plausibel klinken of aansluiten bij een theoretisch raamwerk, maar ook empirisch toetsbaar zijn. En als ze die toets niet doorstaan, moeten ze worden aangepast – of zelfs verlaten.
Reacties en debat
De paper heeft al reacties losgemaakt, onder meer op sociale media. Sommige gebruikers verwijzen naar eerdere controverses rond klimaatmodellen, zoals het ‘hide the decline’-incident uit de Climategate-affaire van 2009. Anderen erkennen de noodzaak van betere modelvalidatie, maar waarschuwen tegen het negeren van wetenschappelijke consensus.
Hoe dan ook laat deze studie zien dat het klimaatdebat nog lang niet gesloten is, zeker niet als het gaat om de voorspellende kracht van modellen. Wetenschap is immers geen kwestie van consensus, maar van toetsing, verbetering en herziening.
Slotbeschouwing
De wetenschappelijk paper van Green en Soon is een interessante bijdrage aan het debat over klimaatmodellen en beleid. Hun analyse roept terecht de vraag op of huidige modellen voldoende robuust zijn om de toekomst van ons klimaat te voorspellen. Hun voorstel om modellen niet alleen op “fit” maar vooral op voorspellende waarde te toetsen, verdient serieuze overweging – ongeacht waar je staat in het klimaatdebat.
Bron
Green, K.C., & Soon, W. (2025). Are Climate Model Forecasts Useful for Policy Making? Effect of Variable Choice on Reliability and Predictive Validity. Michelets vei 8 B, Vol. 5.1, 1–27. https://doi.org/10.53234/scc202501/07

Plaats een reactie